Correct aansteken van je houtkachel is belangrijk
Zorg ervoor dat je je houtkachel correct aansteekt. De aansteekfase is ontzettend belangrijk voor een goed functionerende houtkachel, omdat een goede start snel de juiste verbrandingstemperatuur en een goede schoorsteentrek creëert.
Gids: Zo stook je correct in je houtkachel
1: Leg twee grotere stukken hout (5–8 cm dik) met de bastkant naar beneden op de bodem van de verbrandingskamer.
2: Leg er 10–12 aanmaakhoutjes bovenop als een klein torentje met voldoende lucht ertussen.
3: Leg twee aanmaakrollen/-zakjes tussen de bovenste houtjes.
4: Steek de aanmaakrollen/-zakjes aan, zodat het hout van boven naar beneden brandt. Laat de deur een beetje op een kier staan.
5: Na ca. 1–5 minuten (afhankelijk van de trek in de schoorsteen) sluit je de kacheldeur en regel je de luchthendel op 100% startlucht. Wanneer de vlammen goed hebben gevat, regel je de luchthendel op 100% verbrandingslucht.
6: Wanneer het vuur is teruggevallen tot gloeiende kooltjes, is het tijd om nieuw hout bij te leggen.
Belangrijk om te onthouden
OPEN NOOIT de deur terwijl er vlammen zijn! Zijn er vlammen, dan zijn er gassen – zijn er gassen, dan is er rook – is er rook, dan komt die naar buiten wanneer de deur wordt geopend!
Open de kacheldeur voorzichtig 1–2 cm en na ca. 5 seconden kan de deur volledig worden geopend. Je kunt nu 2–3 stukken droog hout op het vuur leggen – het kan eventueel een voordeel zijn om de gloeiende kooltjes te verdelen voordat het hout op het gloeibed wordt gelegd.
Wanneer je voor het eerst hout hebt bijgelegd, kan de luchttoevoer zo worden geregeld dat die past bij de hoeveelheid hout die je hebt toegevoegd. Begin altijd met veel lucht. Is er geen goede trek of geen goed gloeibed wanneer je meer hout bijlegt, dan moet je de lucht verder openzetten.
Tip: Zet de luchttoevoer pas lager wanneer de vlammen licht en blauwachtig worden.
- Steek bovenin aan, omdat je op deze manier het milieu in de aansteekfase tot wel 80% aan de uitstoot van deeltjes bespaart. (LINK)
- Gebruik altijd één of meerdere aanmaakblokken (paraffine) en veel droog hout, dat in kleine stukken is gekloofd.
- Gebruik nooit krantenpapier om aan te steken. Let erop dat een kleine aslaag op de bodem van de kachel goed is voor de verbranding, omdat dit helpt om de verbrandingskamer te isoleren.
Basisregels voor correct aansteken van je houtkachel
Goede adviezen om je houtkachel zo goed mogelijk te stoken, zodat je zonder problemen kunt aanmaken.
Gebruik schoon en droog hout
Nat hout zorgt voor een slechte verbranding en veel rook. Stook nooit afval in je houtkachel – de garantie vervalt. Stook niet met energie- of petcokes – dit bevat zwavel, wat kachel en schoorsteen beschadigt. Het product is gemaakt van olieafval en hoort niet thuis in houtkachels.
Stook niet met geïmpregneerd hout – zelfs kleine hoeveelheden bevatten zuur dat kachel en schoorsteen beschadigt. Droog hout betekent niet alleen dat het niet nat is van de regen, maar ook dat het natuurlijke watergehalte is teruggebracht tot maximaal 18–20%.
Onder “Hout – de eigen warmtebron van de natuur” kun je zien welke houtsoorten het beste zijn om mee te stoken.
Het duurt doorgaans 1–2 jaar om hout te drogen, mits het hout correct is opgeslagen – bij voorkeur zo dat de wind tussen het hout door kan.
Zorg voor voldoende lucht
Te weinig lucht zorgt voor gezondheidschadelijke deeltjes in de rook. Hierdoor ontstaat roet op het glas, in de kachel, in de schoorsteen enz. Daarom moet je eraan denken dat er veel lucht nodig is wanneer je je houtkachel aansteekt.
Stook NOOIT met een open aslade
De garantie vervalt en de kachel brandt niet optimaal. De zeer hoge warmte die ontstaat bij een open aslade beschadigt onder andere het glas in de deur, omdat keramisch glas geen temperaturen boven 600 °C kan verdragen.
Stook beetje bij beetje
Wanneer je de houtkachel aansteekt, moet het vuur grip krijgen op de brandstof, zodat de temperatuur snel hoog wordt. Grotere stukken hout hebben veel massa en weinig oppervlak, waardoor het te lang duurt om de kerntemperatuur te verhogen. Het resultaat kan dan zijn dat de brandstof alleen ligt te smeulen in plaats van te branden.
Het hout mag niet langer zijn dan 30 cm en niet dikker dan de onderarm van een man. Als je 2–3 stukken hout per stookbeurt gebruikt, krijg je de beste verbranding.
Probeer NOOIT “te over-stoken”
Hout heeft lucht nodig om correct te verbranden. Als de luchttoevoer wordt beperkt, zal het hout gassen afgeven, maar deze zullen niet ontsteken. In plaats daarvan vervuilen ze de kachel en de schoorsteen – en kunnen ze glansroet* en schoorsteenbrand veroorzaken.
Ga naar buiten en controleer
De rook uit de schoorsteen moet bijna onzichtbaar zijn – als er te veel rook is en het stinkt, doe je waarschijnlijk iets verkeerd. Vraag de schoorsteenveger of de dealer om advies.
På Miljøstyrelsens hjemmeside www.mst.dk kan du læse mere om optænding og korrekt fyring af din brændeovn.
*Glansroet
Glansroet ontstaat bij een te lage verbrandingstemperatuur en/of nat hout.
Glansroet geeft een groot risico op schoorsteenbrand. Glansroet herken je als een bruine, kleverige massa. Een te lage verbrandingstemperatuur ontstaat doordat er onvoldoende lucht naar de verbrandingskamer wordt toegevoerd in verhouding tot de hoeveelheid hout, of doordat er te weinig hout wordt toegevoegd in verhouding tot de grootte van de verbrandingskamer.